vrijdag 15 augustus 2008

Vriendschap



Afgelopen zomer bracht ik een kort bezoek aan Taizé. We verblijven onderweg naar de Franse Alpen toevallig in de buurt. Altijd gezegd: nooit voor een bliksembezoek Taizé aandoen. Maar ik vind het toch prettig, goed. Ik herken veel van twee eerdere bezoeken.
De dienst meemaken is fijn. Rust, stilte. Ik merk dat niet iedereen zich vanzelf aan de stilte kan overgeven, maar al die mensen stemt me ook vreugdevol. Ze zijn er zoals ze zijn, met elkaar en zoekend naar God. Mooi.
Veel liederen zijn nieuw voor me. En tegelijk is de sfeer vertrouwd, herkenbaar. Ik zwerf over het terrein, kijk rond en bekijk al die mensen. Het geeft me een gevoel van verbondenheid. In het dorp is het stiller. Ik verwijl een tijdje bij het graf van frere Roger. Er staan twee knielbankjes waarop regelmatig mensen blijven zitten. Gevoelens van dankbaarheid en respect voor zijn leven.



In de winkel koop ik de icoon van Jezus’ vriendschap (met abt Menas). Het is al langer een wens van me. Jaren geleden werd ik gewezen op deze ikoon op het gebedspatoraat ‘In Christus heel’. Het ging toen over mijn gevoel van eenzaamheid en het als veraf ervaren van God.
Sinds mijn thuiskomst heeft de ikoon een plek gekregen in de gebedshoek op mijn werkkamer. Het zegt me dat Christus niet alleen gekomen om me leren hoe ik beter kan leven, me te onderrichten maar vooral om me in gemeenschap met God te brengen. Hij zegt tegen: “jij bent heel dicht bij God, en dat geldt voor altijd.” Zelfs als mijn geloof heel klein is, ik het vooral van me zelf verwacht; zelfs als ik erg twijfel, dan blijft God steeds weer mijn vriendschap zoeken. Bijna onzichtbaar is de arm die Jezus op de schouder legt.
Ik lees ergens dat een oude koptische afbeelding is uit de zevende eeuw (te zien in het Louvre): Christus staat met zijn arm om Menas' schouders. Menas was een soldaat die kluizenaar werd en toen de marteldood is gestorven. Een radicaal mens dus. In die zin lijkt hij op Petrus. Christus draagt een mooi en dik boek in zijn armen: de bijbel, het Woord van God, dat Hijzelf is. Menas een klein boekrolletje, wat hij ís en heeft, heeft hij van Christus, van God ontvangen. Daarom wijst hij ook naar Christus. Christus duwt Menas niet plat, hij knuffelt hem niet tot hij buiten adem is, integendeel, er is ruímte tussen hen. Het lijkt wel alsof Jezus Menas op de voorgrond duwt… “Ga nu maar…” “Zoals ik nu ook jij…”
Ik merk dat ook die ruimte me goed doet, oplucht. Het geeft vrijheid en toch het gevoel er niet alleen voor te staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten